Skip to main content

Website voor franciscaanse spiritualiteit en missionaire evangelisatie

fotogalerij van het klooster

Het klooster

Gebruikerslogin

CAPTCHA
Deze vraag is een test om automatische inschrijvingen te weren.
Vul het lege veld in

Het Heilig Paterke

Het boekje - Het "Heilig Paterke van Hasselt", korte levensschets - heeft als doel iets meer te weten te komen over wie 'het Heilig Paterke van Hasselt' eigenlijk was. Het is een eigentijdse beschrijving voor de geïnteresseerde bezoeker die zich een beeld wil vormen van de persoonlijkheid, de heiligheid en het werk van P. Valentinus Paquay. (bij aanklikken opent het boekje in een nieuwe pagina)

Levensschets:

(extract uit het boekje)
Jan Louis Paquay werd op 17 november 1828 te Tongeren geboren als vijfde kind van Hendrik Paquay en Anna Neven. De familie Neven baatte op de koemarkt van Tongeren een afspanning uit sinds 's mensen geheugenis. Vader Paquay was van boerenafkomst.

De familie pachtte van de Commanderij van Alden Biezen, de Teutoonse Ridderorde, die door de Franse Revolutie werd verdreven. Haar pachthoeven kwamen onder de hamer en werdeen publiek verkocht. De Paquay's hadden hun hoeve Ter Poort kunnen kopen voor een speldeprik, maar hun katholieke overtuiging liet dat niet toe. Zo was Hendrik verhuisd naar de Koemarkt in Tongeren, bij zijn vrouw Anna.

Zowel de Paquay's als de Nevens waren diepchristelijke families. Zij waren stevig geworteld in de volksdevoties van hun tijd met een eerlijke liefde voor God en voor de mensen. Arbeid, gebed en inzet voor elkaar was het stramien waarop hun famileileven was geweven.

Jan Louis liep lagere en middelbare school in Tongeren, ging dan naar het Klein Seminarie te St.-Truiden. Moeder en familie verwachtten de volgende stap naar het Groot Seminarie in Luik toen Jan Louis plots van richting veranderde en intrad bij de Minderbroeders in Tielt. Hij wilde volgeling worden van de H. Franciscus van Assisië.

Ook de Minderbroeders waren door de Franse Revolutie uit hun kloosters in België verjaagd. De storm van de vervolging was gaan liggen en het kloosterleven bloeide weer op.

In 1849 werd Jan Louis Paquay door de eerst provinciaal, Louis Bourgeois, aangenomen in de nieuw opgerichte Belgische Provincie. Hij kreeg de kloosternaam: Valentinus.

Op het einde van zijn noviciaat formuleerde de novicemeester, P. Vleminck, aan frater Valentinus zijn bezwaren om hem toe te laten tot zijn enkelvoudige geloften. Hij bad en vastte te veel. Deze overdreven praktijken wekten het vermoeden van een zekere hysterie, een ongezonde manier om de aandacht op zich te willen vestigen.
Een tweede bezwaar was dat een minderbroeder niet slechts een comtemplatief leven moest leiden, maar zich ook wijden aan het apostolaat.
De kandidaat hield aan dit verdict een huiduitslag over. Maar tenslotte werd in de raadsvergadering het roepingsprobleem van frater Valentinus anders bekeken en werd hij tot de geloften toegelaten.
In 1854 op 10 juni werd hij priester gewijd en benoemd bij de communiteit te Hasselt, die sinds 1846, op verzoek van de deken Spaas, de dienst in de Onze Lieve-Vrouwekerk verzekerde.
De paters genoten groot aanzien in de stad, vooral P. Aloysius Vendrikx.

Pater Valentinus wijdde zich aanvankelijk aan de missiepredikatie. Hij spande zich zodanig in dat hij in 1864 vanwege een bloedspuwing er moest mee ophouden.

Van dan af werden hem rustiger taken toegewezen, klooster- en priesterretraites. Van dan af werd zijn biechtstoel zijn groot apostolaat. Frequent werd hij geroepen om zieken en stervenden bij te staan. Altijd stond hij paraat. De laatste jaren van zijn leven kreeg hij staar op zijn beide ogen en begonnen zijn hartklachten toe te nemen. Tot drie weken voor zijn dood bleef hij zijn taak behartigen.

Premium Drupal Themes by Adaptivethemes