Skip to main content

Website voor franciscaanse spiritualiteit en missionaire evangelisatie

fotogalerij van het klooster

Het klooster

Gebruikerslogin

CAPTCHA
Deze vraag is een test om automatische inschrijvingen te weren.
Vul het lege veld in

Veel mag gerust nogmaals worden gezegd of geschreven...

december 1, 2012 door Pater Karel

  De laatste tijd gonst het binnen alle kerkelijke muren en in alle godsdienstige tijdschriften bijna uitsluitend nog over het nu vijftigjarig verleden van het Tweede Vaticaans Concilie en over de Nieuwe Evangelisatie. Vele denken dat dit laatste nog maar pas werd voorgesteld: ze zijn van oordeel dat er werkelijk een nieuwe, eigentijdse verkondiging van de evangelische boodschap en een totaal nieuwe beleving ervan moet worden aangebracht omdat de kerk er de laatste jaren niets serieus van heeft voortgebracht en omdat ze te weinig geluisterd heeft naar de voorstellen van dat vorige concilie.
Vaticanum II heeft destijds, in de persoon van paus Johannes XXIII, de gelovigen, of liever alle mensen, toch gevraagd zich te keren naar de toekomst in plaats van zich op te sluiten in de verworvenheden van het verleden. Doch juist dat laatste lijkt zich nochtans op vele plaatsen te hebben doorgezet: als hoofdreden hiervan geeft men op dat er zich een lobby van kardinalen had gevormd, kardinalen die het niet eens waren met Johannes XXIII, die zegden dat hij de ramen van het Vaticaan te plots en veel te ver had opengezet zodat er ook te veel “vuile regen en stofwolken” de kerk konden binnen dringen. En samen met het badwater werd dan ook het spreekwoordelijk kind van Johannes XXIII in de afvoer gegoten. Die strijd tussen behoudsgezinden en progressieven duurt nu reeds vijftig jaar en bij de huidige herdenking komt die natuurlijk weer in het licht te staan. Wel is het zo dat vele conservatieven zich nu eerder bedeesd opstellen: hoe kan het ook anders? Zij zien zelf toch ook dat de kerk er helemaal niet is op vooruit gegaan en dat weinig jongeren nog weten wat het instituut kerk inhoudt, laat staan dat ze nog veel gedachten uit de Bijbel weten op te halen.

  Nochtans waren er destijds ook kardinalen die goed begrepen hadden wat Johannes XXIII met het concilie bedoeld had en die het getrokken spoor in het vaarwater van Gods kerk wilden en durfden volgen. Een van hen was Kardinaal Suenens, zaliger gedachtenis.
Reeds in 1968 schreef hij een klein boekje met als titel: “Voor een nieuwe evangelisatie”. Als leidraad nam hij de zogenaamde “Fiat-rozenkrans” waarin het Fiat verwijst enerzijds naar de woorden van Maria waar zij zich totaal onderwerpt aan de wil van de Vader – “Mij geschiede naar Uw woord” – en anderzijds naar haar woorden op de bruiloft te Cana – “doet alles wat Hij u zeggen zal”. Wij moeten dus eerst luisteren om te weten te komen wat wij moeten doen, daarna moeten wij nadenken hoe we “dat doen” best zullen uitdrukken: in verband met dit laatste moeten wij goed kijken naar Hem die ons dat alles heeft voorgeleefd. Dat nadenken gebeurt bij voorkeur in een daartoe geschikte plaats, in een soort cenakel waarin de apostelen en Maria zich hadden terug getrokken om na te denken wat zij nu zelf, na het heengaan van hun leidsman Christus, zouden gaan doen in de wereld. In de wereld ja, want het was voor hen al spoedig duidelijk dat zij het Cenakel moesten verlaten en dat zij de woorden van de Heer, het evangelie, in de wereld moesten brengen. Of zoals het evangelie zelf het ons doet vermoeden: de Geest spoorde hen zozeer aan zodat zij zich gedreven voelden de straat op te gaan.

  In vorige alinea ligt al heel wat verscholen: gewoon als mens, zoals die eenvoudige vrouw Maria het ons heeft voorgedaan, het besluit nemen om 1)mens te zijn naar het beeld van God om 2)alzo tot een volwaardig medemens uit te groeien om nadien 3)samen te kunnen bouwen aan een wereld zoals God hem droomde: een paradijselijke wereld waarin mens en dier en al het geschapene harmonieus samenleven, wetend dat allen en alles voortkomt uit één hand, uit één hart: uit de hand en het hart van onze éne en énige Vader! Die Geest die Christus ons bracht was toen reeds tot managen in staat: spijtig dat men er zo weinig heeft naar geluisterd!

  “Die harmonieuze samenleving weten te bereiken” is het doel van elke mens. Die droom huist in elke menselijke geest, in ieder menselijk hart. Maar die droom waarmaken kunnen wij niet alleen: wij moeten daartoe samenwerken. Doch daartoe moeten wij elkaar eerst samenroepen en elkaar steunen en bemoedigen en wij moeten dit doen in een taal die de andere partij, de toehoorder, kan verstaan en begrijpen. Uiteindelijk moeten wij allemaal dat doen, maar zeker zij die bij dit alles de touwtjes in handen nemen. Denken wij hier maar aan de paus en de bisschoppen, de priesters, diakens, religieuzen en zovele leken die zich inspannen om alle mensen (gelovigen, andersdenkenden, vrijmetselaars, jongeren enz…) dit doel te doen bereiken. Men zal dus moeten spreken in een taal die eenieder verstaat, in de taal van de toehoorder. Maar ja, ook dit was ons al tweeduizend jaar geleden duidelijk gezegd en men schreef toen reeds in het Grieks, het Aramees, het Romeins en noem maar op. Maar, zo schrijft kardinaal Suenens, dit gegeven is helaas zo vaak uit het oog verloren en wordt, helaas ook op onze dagen nog, veel te veel verwaarloosd. Kardinaal Suenens heeft dit destijds mooi verwoord en ik laat u dit gaarne kennen.

  “Toen ik destijds, zo schreef hij, tijdens de eerste zitting van het Concilie een theoloog uit Indië ontmoette, vroeg ik hem terloops: “Wat zegt men bij U van het concilie?” Hij antwoordde mij: “Helemaal niets; men begrijpt daar uw taal niet”. Ik vroeg hem daarop: “En wat zouden wij dan moeten doen om hun te laten verstaan wat wij hier zeggen?” Ik kreeg als antwoord: “Zou het niet mogelijk zijn de wereld aan te spreken in parabels?” Ik heb dikwijls teruggedacht aan deze suggestie. Wij laten zo gaarne horen dat wij wat hebben gestudeerd, maar voor het merendeel der mensen spreken wij een onverstaanbare taal. Jezus daarentegen sprak in zijn volkstaal, het Aramees: Hij sprak bovendien in parabels en heeft ook vaak beeldrijke verhalen verteld: “Een man had twee zonen…” De wereld heeft dat verhaal nooit meer vergeten.

  En de kardinaal schreef ook dit…….

  Jezus vertelde niet alleen verhalen, maar Hij kwam ook bij ons een wonderbaar verhaal beleven. Het begint met het Fiat van Maria bij de boodschap. Het speelt zich af dwars door vreugde en lijden heen, maar “Maria bewaarde alles wat er gebeurde in haar hart”. Ja, konden wij dat alles maar met Maria in onze herinnering oproepen! Een verhaal vertellen dat zowel voor geleerden als voor eenvoudigen, voor groten als voor kleinen verstaanbaar zou zijn: of zij nu wonen in de slums van Bombay of van Calcutta, of in de wolkenkrabbers van New York. Een verhaal dat gemakkelijk kan opgeroepen worden in zijn treffende hoogtepunten.
Een heilig verhaal dat als een leidraad loopt door de taferelen van vrede en angst, van mislukking en overwinning. Een verhaal dat de mens, om zo te zeggen, tussendoor eens in zijn hand kan nemen. Een verhaal tenslotte met een mooi einde, zoals bij Maria die in de luister van haar tenhemelopneming de onze reeds voorafbeeldt. Misschien zou dat verhaal de mannen, vrouwen en kinderen rondom ons kunnen helpen om samen hun eigen verhaal te beleven in Gods tegenwoordigheid. In Gods tegenwoordigheid….: “alles komend uit de hand van God” en niet vanuit een of ander BingBang gedoe. “Alles terugleidend tot God tot Zijn meerdere eer en glorie” en niet tot die van een partij, of van de kerk, of van een staat of tot ons eigen glorie. Zo zag het ook ons aller eenvoudig Moederke Maria. Hier herlezen wij best nogmaals enkele woorden uit de brief van Paulus aan de christenen van Korinte, waar hij schrijft: “Om het sterke te beschamen heeft God uitverkoren wat niets is….wat voor de wereld zwak en onbeduidend is.” (1 Kor. I) Zijn vorm van geloofsonderricht is nog steeds niet veranderd, evenmin als zijn voorliefde voor alles wat klein is.

  Ik herinner me ook dat Jezus aan de rand van de woestijn aan vijfduizend mensen te eten gaf met een paar aangebrachte broden en vissen. Zijn ook wij niet volop in een geestelijke woestijn geraakt? En heeft de wereld nu plots geen honger meer? ….. Jezus heeft de menigte in de woestijn gevoed, maar de apostelen legden het wonderbare brood, stuk voor stuk, in elke uitgestoken hand. Men moet elke persoon benaderen als een wereld op zich, men moet zich tot eenieder trachten te richten en niet zomaar wat over de hoofden heen verkondigen……. Ook daarin moet men, met het oog op een nieuwe evangelisatie, Christus volgen. Christus sprak weliswaar regelmatig in de synagoge waar meerderen tezamen zaten, hij sprak wel eens vanuit een bootje tot de vele mensen die op de oever stonden, maar het liefst sprak Hij van man tot man, van man tot vrouw. Hij sprak met de blinde, met de doofstomme, met de gebrekkige, met een zondares, met de overspelige vrouw, met een pas gestorven kind, met een Samaritaanse, met een lamme, met de vrouw die al jaren aan bloedvloeiing leed enz…en al die verhalen komen op hetzelfde neer: Hij maakte al die uitgestotenen weer tot “mens en medemens”. Christus zag de boodschap die Hij moest brengen niet als een wereldvreemde boodschap, maar Hij zag ze als een boodschap voor een mens die zo en zo in die grote schepping leefde, die in die of die welbepaalde situatie leefde en zodoende verbonden was met een hele sociale dimensie…….Elke volgeling van Hem zal dat ook moeten doen en zal de Blijde Boodschap van de Heer heel concreet moeten verwoorden in een eenvoudige taal die de mens van nu kan verstaan. Men moet wel trouw blijven aan “de geest en aan de diepliggende betekenis van de oude teksten die ons werden overgeleverd in de taal van die tijd voor mensen van die tijd”. Denken wij hier maar gerust aan de vele lezingen uit het oude Testament die onze jongeren helemaal niets meer zeggen en die dus dringend moeten hertaald worden. In die zin moeten we aansluiten bij de woorden van Christus die tegen de sputteraars van dat moment zei dat Hij niets kwam afbreken of verwijderen, maar dat Hij wel kwam vervolmaken…. Ook het evangelie van vandaag, zo zegt kardinaal Suenens verder, is verweven in een sociale
dimensie en staat daarom ook nu veraf van een wereldvreemde boodschap. Maar men moet, op een eigentijdse wijze, wel openlijk blijven herhalen dat het evangelie een woord is, een aankondiging van een nieuwe boodschap die gans het leven omkeert en het opent naar onvermoede vergezichten…….

  Wij zouden nog heel veel mooie gedachten van kardinaal Suenens kunnen aanhalen, doch laat volgende alinea volstaan. “Wij beleven een vloedgolf van verraderlijke invloeden, bijzonder langs de massamedia, die de grondslagen van het christendom en zelfs van de hele menselijke beschaving ondermijnen en de toekomst van de maatschappij bedreigen”: dat schreef hij reeds in 1986! En hij eindigt met het aanhalen van enkele woorden die paus Johannes-Paulus II uitsprak bij zijn bezoek op de Grote Markt te Mechelen; “Blijf trouw aan uw christelijk verleden, maar blijf niet stilstaan. Zie verlangend uit naar verdieping van uw christenzijn. Wees niet bevreesd: open uw hart voor de stem van de Heer, die ook in deze tijd tot u spreekt, met evenveel aandrang en die u oproept om de wereld rondom u te bevrijden van het kwaad en te herscheppen tot een gemeenschap van vrede, gerechtigheid en liefde.”

Kardinaal Suenens.
Bewerking: Pater Karel

Premium Drupal Themes by Adaptivethemes