Skip to main content

Website voor franciscaanse spiritualiteit en missionaire evangelisatie

fotogalerij van het klooster

Het klooster

Gebruikerslogin

CAPTCHA
Deze vraag is een test om automatische inschrijvingen te weren.
Vul het lege veld in

Weetjes over Heiligen en Helden

juli 10, 2011 door Pater Karel

Weetjes over Heiligen en Helden

    Wij hadden wellicht beter gewacht tot de maand november om dan, ter gelegenheid van het feest van Allerheiligen, een artikel te wijden aan “Heiligen en Helden”.  Doch, het grote gebeuren te Rome rondom de zaligverklaring van onze vorige paus Johannes-Paulus II, dwingt ons een beetje aandacht hieraan te besteden en dit is dan meteen een goede aanleiding om even stil te staan bij “hen die het hebben waargemaakt in hun leven”.  Wàt hebben waargemaakt?  “Beeld te zijn van God”!  En dàt is dan ook alles!
    “Hij schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis”: wij mogen dan verwachten dat God de evolutie van het duidelijker beeld worden van hem, op de voet zal volgen.  Wel staat er meteen in de Bijbel vermeld, dat God de mens als “een  vrij mens” schiep en dat Hij het uiteindelijk aan de mens overliet – en altijd zal overlaten – Hem “totaal of gedeeltelijk of helemaal niet” in te volgen.  God laat de mens, bij het gestalte geven van dat goddelijk beeld in hem, dus vrij.  God heeft ten volle “Zijn beeld, Zijn aangezicht geprent in de persoon van Christus” en Christus heeft dit, eveneens ten volle, waargemaakt voor de mensen.  Maar ook in ons heeft Hij “gensters” nagelaten en Hij verlangt van ons niets anders dan dat wij die doen oplaaien.  Maar: in vrijheid!  En wij voelen in onze eigen persoon wel aan dat dit niet zo gemakkelijk is.  Wij willen wel, maar “het vlees is zwak”.  En in die momenten kijken wij dan om ons heen of er toch niet iemand is die ons zou kunnen helpen of waaraan wij ons kunnen optrekken.  Ook in de keuze van “die iemand” is iedereen vrij.  Die iemand kan behoren tot de meest uiteenlopende categorieën van mensen: het kan gaan om een voetbalster, een filmactrice, een fotomodel, een of ander zangeres of zanger, een pop- of beat- of folk-artist, och, te veel om op te noemen.  Maar: toch vermeld ik nog een klasse van mensen die thans geweldig “in” zijn: ja zeker, de heiligen!   Zij die er niet meer zijn, maar waarvan wij weten dat zij het geprobeerd hebben en het gehaald hebben.  Wat er de laatste jaren al niet verschenen is over heiligen, grenst bijna aan het ongelofelijke.  Zelfs bij onze jongeren zijn de heiligen, internationaal, een hippe rage geworden.  Kijk maar eens naar het huidig gebruik van de armbandjes met wel tien of meerdere afbeeldingen op van heiligen.  Beroemde foot- of musicstars – kijk o.a. naar de jonge zanger Justin Bieber of naar voetballer David Beckham of naar onze eigen Christophe – dragen op de podia een met heiligenfiguurtjes versierde paternoster rond hun hals of hebben een prachtig versierd armbandje om hun pols: ook ons Heilig Paterke en onze Sint-Antonius staan er tussen afgebeeld.  Uiterst weinig jongeren zullen al die weergegeven heiligen kennen, maar…dat doet er niet zo toe.  Er is de link met “het andere, het hogere, het ideaal, het goddelijke” en daar mogen wij niet aan voorbij gaan.  Zei Isaias destijds al niet “dat wij het smeulend pitje vuur, niet mochten uitdoven”? 
    Vroeg of laat krijgen de jongeren wel te horen wat die of die heilige tijdens zijn leven heeft gedaan, waarvoor hij of zij zich speciaal ingezet heeft, waarom hij of zij uiteindelijk gedood of soms vreselijk vermoord werd en wij kunnen enkel hopen dat dit gensterke een vonk wordt en deze vonk een vuur en ja, zijn wij alzo niet op weg naar een nieuw Pinksteren toe?  Natuurlijk: tussen de honderden jongeren die, enkel bij ons al in de Ontmoetingsruimte, een armband of een Paternoster kwamen halen, zullen er weinigen zijn die een of andere afgedrukte heilige ook daadwerkelijk en echt zullen vereren – er zijn er wel die het doen hoor! – maar ja, tussen “vereren” en “navolgen” liggen nog heel wat stappen.  Doch: het eerste stapje is er en….laat ons voor de rest vertrouwen in de toekomst.  Of mag ik het zo schrijven en zeggen: “laat ons hopen dat de heilige, die als laatste op hun armband overblijft en die dan als de enige echte “persoonlijke beschermer” van de drager van die armband of halsketen mag aanzien worden, dat die werkelijk een appèl, een oproep aan de drager ervan doet om ook zo te gaan leven.  Want dat is het juist: dit appèl der heiligen kan men omschrijven met deze woorden: “als je wil bereiken wat wij wisten op te bouwen, zul je jou aan die of die voorschriften, principes en waarden moeten houden”.  Maar: op zulk appèl ingaan, is niet zo maar dadelijk aan eenieder gegeven: zulk appèl  houdt dikwijls in dat men zichzelf moet veranderen, dat men anders moet gaan leven, dat men bepaalde gewoonten zal moeten laten varen enz.  En dat alles speelt men niet klaar binnen die ene minuut die men nodig heeft om “die armband met die heiligen” rond zijn pols te doen.
    Dat veranderen van gewoonten en levensstijl, dat veranderen van denken en inleven, dat zoeken vooral naar de juiste harmonie tussen geest en leven, tussen het spirituele en het materiële, ja, tussen uiteindelijk de aardse wereld van het jong zijn en die wereld der heiligen, dat alles vraagt tijd en die tijd moeten wij de jongeren gunnen.  Een eerste aanmoediging daartoe zullen zij ondervinden, als wij hen niet dadelijk beginnen uit te lachen als zij zulk een heiligenbandje dragen, want ook gij kreeg vroeger toch een medaille op uw doopkleed opgespeld!  Ook gij hebt wellicht een bepaalde amulet, een of ander teken uit de dierenriem of noem maar op, op u gedragen: weet dan nu gewoon te aanvaarden dat uw jongeren zulk heiligenbandje dragen om zich eveneens beschermd te voelen.  Denk bovendien niet dat dit weer een of andere uitwas is van de “katholieke kerk”: helemaal niet!  Lang voor die kerk er was, kende men in de Oosterse wereld en godsdiensten of zelfs ook reeds in de erediensten der Druïden, ex-voto’s, amuletten, relieken en medailles allerhande.  Het christendom sloot zich destijds gewoon aan bij die oude culturen.  Ook onze jongeren broderen gewoon  verder op oudere gegevens.  Het feit zelf dat jeugd voorbeelden zoekt “in hen die zijn voorgegaan” of in hen die iets gepresteerd hebben tijdens hun leven, is een trek of een gebeuren van weleer.  Lang voor er sprake was van “de heilige Roomse Kerk”, kende de mensheid de verering van de Goden en van zo vele helden, die men toen reeds aanzag als speciaal door de goden begiftigde mensen.  “Helden werden altijd gevierd, denk maar aan het grafmonument van koning Cyrus de Grote te Pasargodae; denk maar aan de mooie Egyptische koningsgraven, de piramiden; denk maar aan de mooie beelden en busten van Rome’s grootheden of van zo vele nationale helden. Joden eerden hun profeten met praalgraven.  Moslims deden het hen achterna; kijk maar naar hun prachtige mausolea.  En christenen deden hetzelfde.  Christenen zagen hun “helden, hun martelaren en hun heiligen” als tussenpersonen tussen God en henzelf en….evenals die christenen willen onze jongeren nu dat die personen hen zouden helpen om….ook een held te worden!
    Natuurlijk is men in de loop der geschiedenis meermaals geconfronteerd geworden met rare zaken, met overdrijvingen allerhande, maar…dàn moeten wij weten dat deze excessen geen producten zijn noch van de kerk, noch van de eerste christenen, noch van latere uiterst devote groepen gelovenden, maar dat dit alles gewoon de veruitwendiging is van elke menselijke benadering van die hogere realiteit die men in een God of die men langs een held of een heilige om wil  benaderen.
    Mag ik hier eindigen met een verwijzing naar het alle lezers nog wel bekende boek van Fons Janssens (meen ik toch!): “Uit het rijke Roomse leven”.  “Zeker, zo schrijft hij, er zijn excessen geweest, vele zelfs, maar de vraag is of het zoveel beter is voor de mens wanneer die excessen er niet zouden zijn en of de mens nu gelukkiger leeft in deze koude wereld waar men niet meer durft te spreken van heiligen uit angst als ouderwets te worden versleten?  De excessen zouden er niet mogen zijn – dat is waar en men moet zijn best doen die zoveel mogelijk te weren – maar het is niet omdat er excessen zijn, dat men ook de heiligen moet doen verdwijnen.  Het is niet omdat het badwater vuil is, dat men ook het kind in de goot moet gieten!” 
    En ook dit nog: “ Vroeger had men het zogenaamde “rijke Roomse leven” met zijn vele processies, stoeten, feesten, plaatselijke kermissen enz… Nu is dit alles weggevallen, maar ook iedereen beklaagt er zich thans over dat er geen echte gezelligheid meer bestaat, geen echte vriendschapsband meer tussen de mensen”. 
    Beste lezeres of lezer, waarom zouden wij niet blij mogen zijn dat de jongeren weer wat naar elkaar toegroeien, dankzij dit heiligenbandje?
    Durf ook gij eens anders zijn: durf hen wat ondersteunen!


PATER KAREL

Premium Drupal Themes by Adaptivethemes